AFTREDEN KONINGIN
BEATRIX
www.aftredenkoningin.nl











WETENSWAARDIGHEDEN

    Troonopvolging

    Het Koninklijk Huis

    Positie Staatshoofd in de Nederlandse politiek

    Prinsjesdag

    Geschiedenis en tekst Wilhelmus

Hoofdpagina Naar boven
TROONOPVOLGING


Als de Koning overlijdt of troonsafstand doet, volgt zijn oudste kind hem op. De volgorde van troonsopvolging is wettelijk vastgelegd.

Als oudste kind van koningin Beatrix komt prins Willem-Alexander als eerste in aanmerking voor troonopvolging. Daarna volgen zijn dochters prinses Catharina-Amalia, prinses Alexia en prinses Ariane.

Als oudste kind van Koningin Beatrix komt Prins Willem-Alexander als eerste in aanmerking voor troonopvolging. Daarna volgen Prinses Catharina-Amalia, Prinses Alexia en Prinses Ariane, de dochters van Prins Willem-Alexander. Pas als zij niet beschikbaar zijn, komen Prins Constantijn en zijn kinderen, Gravin Eloise, Graaf Claus-Casimir en Gravin Leonore in aanmerking. De laatsten in de lijn van troonopvolging zijn Prinses Margriet en haar zonen Prins Maurits en Prins Bernhard.

Leden van het Koninklijk Huis verliezen het recht op troonopvolging als zij trouwen zonder dat dit huwelijk wordt goedgekeurd bij toestemmingswet. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2004 bij het huwelijk van prins Friso en Mabel Wisse Smit.



HET KONINKLIJK HUIS

Hoofdpagina Naar boven

In de wet is vastgelegd welke leden van de koninklijke familie deel uitmaken van het Koninklijk Huis. Dat zijn:

*     het huidige staatshoofd;
*     het afgetreden staatshoofd;
*     de leden van de koninklijke familie
       die voor troonopvolging in aanmerking komen;
*     de echtgenoten van deze leden.


De volgende personen zijn nu lid van het Koninklijk huis:

Koningin Beatrix, het huidge staatshoofd

Prins Willem-Alexander, de Prins van Oranje, is als oudste kind van Koningin Beatrix de eerste troonopvolger. Sinds de inhuldiging van de Koningin op 30 april 1980 heeft hij de titel Prins van Oranje. Deze titel is aan de troonopvolger van de Koning(in) voorbehouden. De Prins is getrouwd met Prinses Máxima. Ze hebben drie dochters, Prinses Catharina-Amalia, Prinses Alexia en Prinses Ariane.

Prinses Máxima is getrouwd met Prins Willem-Alexander, de troonopvolger van Koningin Beatrix.

Prinses Catharina-Amalia is de oudste dochter van de Prins van Oranje en Prinses Máxima.

Prinses Alexia is de tweede dochter van de Prins van Oranje en Prinses Máxima.

Prinses Ariane is de derde dochter van de Prins van Oranje en Prinses Máxima.

Prins Constantijn is de derde en jongste zoon van Koningin Beatrix. De Prins is getrouwd met Prinses Laurentien. Ze hebben drie kinderen: Eloise, Claus-Casimir en Leonore.

Prinses Laurentien is de echtgenote van Prins Constantijn, de derde en jongste zoon van Koningin Beatrix.

Prinses Margriet is de zuster van Koningin Beatrix. Ze is de derde dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard. Prinses Margriet is gehuwd met prof.mr. Pieter van Vollenhoven. Ze hebben vier zonen: Prins Maurits, Prins Bernhard jr., Prins Pieter-Christiaan en Prins Floris.

Prof.mr. Pieter van Vollenhoven is de echtgenoot van Prinses Margriet, één van de drie zusters van Koningin Beatrix.

Prins Maurits is de oudste zoon van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven. Hij is getrouwd met Prinses Marilène en heeft drie kinderen, Anna, Lucas en Felicia.

Prinses Marilène is getrouwd met Prins Maurits, de oudste zoon van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven.

Prins Bernhard is de tweede zoon van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven. Hij is getrouwd met Prinses Annette. Ze hebben drie kinderen, Isabella, Samuel en Benjamin.

Prinses Annette is getrouwd met Prins Bernhard jr., de tweede zoon van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven.



Positie Staatshoofd in de Nederlandse politiek

Hoofdpagina Naar boven

Structuur

Regering = koningin + ministers.
Kabinet = ministers + staatssecretarissen.
Ministerraad = ministers.

De Nederlandse Grondwet kent het begrip 'kabinet' niet, maar wel de begrippen regering en ministerraad. De regering, zoals omschreven in artikel 42, bestaat uit de Koning (nu Koningin Beatrix) en de ministers, waarbij de Koning onschendbaar is en de ministers de verantwoordelijkheid dragen. Artikel 45 stelt dat de ministers (zonder hun staatssecretarissen) met elkaar de ministerraad vormen, waarvan de minister-president (eerste minister) de voorzitter is. "De ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid en bevordert de eenheid van dat beleid". (Art. 45, lid 3).

Koning(in)

De koning(in) is staatshoofd en vormt samen met de ministers de regering. Sinds 1848 staat in de Grondwet dat de Koning(in) onschendbaar is. Dit betekent dat de ministers verantwoording moeten afleggen aan het parlement over het beleid van de regering.

De ministers zijn ook politiek verantwoordelijk voor de uitspraken en het gedrag van de koning(in). Deze ministeriële verantwoordelijkheid geldt in mindere mate ook voor de andere leden van het Koninklijk Huis.

De Grondwet bepaalt dat alle wetten na goedkeuring van het parlement mede-ondertekend moeten worden door de Koning(in). Ook levert de koning(in) een bijdrage aan de kabinetsformatie. Daarnaast is de koning(in) voorzitter van de Raad van State en spreekt hij/zij op Prinsjesdag de Troonrede uit.

Koningin Beatrix is het staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden. Zij vormt samen met de ministers de regering. In de wet is vastgelegd welke leden van de koninklijke familie deel uitmaken van het Koninklijk Huis.

De regering

Het bestuur van Nederland is verdeeld over verschillende lagen. Helemaal bovenaan staat de koning(in). De koning(in) is het staatshoofd. Hij/Zij heeft twee belangrijke taken. Als er verkiezingen zijn geweest moet hij/zij zorgen dat er een nieuwe regering komt. In regering zitten de koning(in) en de ministers. Ook moet de koning(in) wetten ondertekenen die door de ministers en Tweede Kamerleden bedacht zijn. Pas als een wet ondertekent is door de koning(in) en een minister is de wet geldig.

De ministers

De ministers vormen samen met de koning(in) de regering. In totaal zijn er 16 ministers. Samen worden zij de ministerraad genoemd. Op dit moment is Jan Peter Balkenende de voorzitter van de ministerraad. Hij is de minister-president. De andere 15 ministers hebben allemaal een eigen onderwerp waarover ze beslissingen mogen nemen. Zo beslist de minister van Economische Zaken over geldzaken. Ministers mogen ook nieuwe wetten maken.


Ontstaan en geschiedenis Prinsjesdag

Hoofdpagina Naar boven

Prinsjesdag( 8 maart) was de verjaardag van Stadhouder Willem V (1748-1806). In die tijd was deze dag erg populair bij het volk. Dit was waarschijnlijk de reden dat de dag van de plechtige opening van de Staten-Generaal in de negentiende eeuw de naam Prinsjesdag kreeg.

In de negentiende eeuw viel die dag in eerste instantie op de eerste maandag in november. Later werd dit de derde maandag in oktober. Om de Kamer meer tijd te geven werd in 1848 de opening van de Staten-Generaal gehouden op de derde maandag in september.
In 1887 werd door een grondwetwijziging deze dag verplaatst van de maandag naar de dinsdag, zodat de Kamerleden die niet in de buurt van Den Haag woonden, niet meer op zondag van huis moesten vertrekken om de opening bij te wonen.

In 1983 werd de zittingsduur van de Staten-Generaal van één jaar naar vier jaar gewijzigd. Dat hield dus in dat Prinsjesdag niet meer de officiele opening van het parlementair jaar is.
De derde dinsdag van september staat nu in de grondwet omschreven als de dag waarop de troonrede wordt uitgesproken.



Onstaan van het Wilhelmus plus volledige tekst

Hoofdpagina Naar boven

Het Wilhelmus is het Nederlandse volkslied. Het lied bestaat uit vijftien coupletten die een acrostichon vormen: de eerste letters van de vijftien coupletten maken de naam Willem van Nazzov. De tekst wordt toegeschreven aan Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, maar deze bewering is alles behalve zeker. De melodie is afkomstig van het spotlied Autre chanson de la ville de Chartres assiégée par le prince de Condé, dat werd gezongen tijdens het beleg van de stad Chartres door de Hugenoten in 1568. De oorspronkelijk zeer eenvoudige melodie werd in 1626 van melismatiek (klankbuigingen) voorzien.
Volgens een theorie werd het Wilhelmus tijdens het beleg van Haarlem, dus tussen 7 december en 31 december 1572 geschreven door Filips van Marnix, heer van St. Aldegonde.
Van het Wilhelmus wordt meestal het eerste couplet gezongen, soms gevolgd door het zesde, dat in de Tweede Wereldoorlog erg populair was. Het Wilhelmus is het Nederlandse volkslied sinds 10 mei 1932. Tot dan was het lied "Wien Neêrlands bloed" het volkslied. Wel had de jonge koningin Wilhelmina al bij haar inhuldiging in 1898 haar voorkeur voor het Wilhelmus te kennen gegeven. In de voorbereiding naar haar 25jarig regeringsjubileum werd dit officieel vastgelegd door de Nederlandse regering.

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.

Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.

Lijf en goed al te samen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders hoog van namen
hebben 't u ook vertoond:
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in 't eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.

Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vreden
mijn edel bloed gewaagd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar dijn,
dat zij mij niet verassen
in hunnen bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.

Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.

Na 't zuur zal ik ontvangen
van God mijn Heer dat zoet,
daarna zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
dat is, dat ik mag sterven
met eren in dat veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.

Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.

Als een prins opgezeten
met mijner heires-kracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig door dat veld.

Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.

Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.

Oorlof, mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,-
't zal hier haast zijn gedaan.

Voor God wil ik belijden
en zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.

Hoofdpagina Naar boven