Ontstaan van Het Huis van Oranje-Nassau
Orange, een stadje in de Vaucluse twintig kilometer ten noorden van Avignon, werd rond het jaar 800 ingenomen door
Guilhelm (Willem), een leenman van Karel de Grote. Guilhelm d'Orange geldt als de stamvader van het huidige vorstengeslacht
van het Koninkrijk der Nederlanden.
Over de afkomst van deze Guilhelm d'Orange, wordt nog altijd gediscussieerd door historici, hij zou van Joodse
of Mengrovische afkomst zijn. Hij werd tot twee keer toe heilig verklaard door het Vaticaan.
Guilhelm (Willem) d'Orange was Graaf van Razès, Toulouse, Barcelona en Hertog van Aquitanië. Hij zou de Arabische en
Hebreeuwse taal hebben beheerst en de Leeuw van Judah zou op zijn schild geprijkt hebben. Hij was een belangrijke leenman
en strijder aan het hof van Karel de Grote. Bertrand-Rambauld, Graaf d'Orange en Nice leefde tussen 1034 en 1097.
Raimbaud II (ca. 1066), Graaf van Orange, was een van de aanvoerders van de eerste kruistocht van 1096 naar Antiochië (Turkije) en
Jeruzalem. Zijn dochter was Tiburge d'Orange (1107-1173).
Het prinsendom van Orange ontstond in 1163 in het zuiden van Frankrijk en was geheel omsloten door Frankrijk. Met de toestemming van
de Duitse Keizer Frederik Barbarossa I, mocht het Graafschap zich een Prinsendom noemen. Het Prinsendom was niet groter als zo'n 300
vierkante km. Dat Orange zich een Prinsendom mocht noemen en soeverein was bracht een belangrijke status met zich mee, de
Prins van Orange stond op gelijke voet met de andere Europese vorsten.
Het prinsendom wordt met uitsterven bedreigd en het komt door huwelijk voor de helft in handen van het Huis van Montpellier, in
1189 komt het Prinsendom in handen van het Huis van Baux terrecht. Bertrand I van Baux was getrouwd met de laatste
Prinses van Orange en was dus al Graaf van Orange. De laatste Prins van Orange uit het Huis van Baux was Raimond V,1340-1393.
Raimond V had maar 1 dochter, Maria. Deze dochter trouwde met Jean III van Chalon. Deze erft het Prinsendom en komt het dus in het
Huis van Châlon terrecht.
Zo kwam de titel in het Huis van Chalon. De laatste Chalon was Philibert van Châlon. Philibert krijgt al snel moeilijkheden met de
Franse Koning die het Prinsendom wil inlijven, Philibert des Châlon-Orange zoekt daarom hulp bij Keizer Karel V.
Dit mag niet baten want de Franse Koning Frans I van Frankrijk neemt Orange in beslag en Philibert wordt van 1524 tot 1526 gevangen gezet.
Bij de vrede van Madrid wordt Philibert weer vrijgelaten en begint aan een korte maar schitterende loopbaan in het leger van
Keizer Karel V. Als Opperbevelhebber van het keizerlijke leger leidt hij de beruchte bestorming van Rome; 'Sacco di Roma'.
Hierna verdedigt hij Napels tegen de Fransen. Philibert wordt Vice-Koning van deze stad, als beloning voor zijn moed.
Bij de vrede van die in 1529 met de Franse Koning gesloten wordt, krijgt hij zijn Prinsendom Orange weer terug.
Een jaar later sneuvelt hij op 28 jarige leeftijd bij Florence.
Philibert van Châlon had geen kinderen maar Philibert van Châlon, Prins van Oranje had een zuster Claudia van Chalon die een zoon had.
Deze zoon was Rene van Chalon (1519-1544) en erfde in 1538 van zijn oom de titel Prins van Oranje.
Hier begint de connectie met het Huis van Nassau.
Rene van Châlon was de zoon van:
Claudia van Châlon (1498-1521) en, Hendrik III van Nassau (1483-1538).
Dat Rene, van Châlon werd genoemd kwam omdat zijn moeder van een voornamere familie afstamt dan Hendrik III van Nassau (1483-1538).
De Châlons waren tenslotte in bezit van het vorstendom Orange, dat geen leen, maar een soeverein vorstendom was.
Daarom voerde Rene van Chalon het devies Je maintendrai Châlon wat door Willem de Zwijger later gewijzigd is in Je maintendrai Nassau.
Rene van Châlon, Graaf van Nassau, Prins van Oranje (1538), geboren op 5 februari 1519 te Breda, Stadhouder van
Holland, Zeeland en Utrecht (1540), van Gelderland (1543) en van Franche-Comté, Ridder van het Gulden vlies (1531)
en vooral legeraanvoerder. Hij was de eerste van de Bredase Nassau's die in een strijd sneuvelde.
Keizer Karel V wilde zich in de buurt van Parijs vestigen en geeft daarom het opperbevel aan René van Chalon. In 1542 gaat
René van Châlon de strijd aan met de Franse Koning Frans I. Tijdens het beleg van Saint Dizier in Champagne werd hij op 17 juni 1544
getroffen door een kanonskogel die hem de rechterschouder verbrijzelde en hem uiteindelijk fataal werd.
Zijn praalgraf staat in de St.Pieterskerk te Bar-Le-Duc Op zijn graf prijkt een monument met het half ontvleesd skelet van
Rene van Châlon, in de opgeheven hand bevindt zich een kristallen bol waarin het Prinselijk hart had gezeten.
Eind jaren negentig wordt het, met toestemming van het Koninklijk Huis, de graftombe van de Nassau's in de Grote Kerk in Breda
geopend, hierin bevonden zich ook de stoffelijke resten van Rene van Chalon. Hij was getrouwd op 22 augustus 1540 te Bar-le-Duc met
Hertogin Anna van Lotharingen (Lorraine) (1522-1568). Samen kregen ze een dochtertje, Maria, dat 3 weken (03-01-1541) na haar geboorte
overleed.
Rene van Châlon verwekte ook nog een bastaardzoon Palamedes (1540-1600), maar benoemde deze niet als zijn erfgenaam.
Op 21 september 1546 wordt Palamedes door zijn voogd, Willem van Oranje, beleend met 1500 pond per jaar, ook krijgt hij van zijn
vader, Rene, de stad Breda in onderpand. Hij brengt zijn schoonfamilie (Brederode) in diskrediet door een smeekschrift (der Edelen) dat
hij aanbiedt aan de landvoogdes Magaretha de Parma. Palamedes kiest voor zijn schoonfamilie i.p.v. Willem van Oranje, en hiermee
Spaanse zijde.
Palamedes en Gravin van Mansfeld krijgen drie kinderen, Hendrik, Margaretha en Rene.
In afwachting van (wettige) erfgenamen benoemde Rene van Chalon-d'Orange zijn neef Willem (De Zwijger) van Nassau-Dillenburg (1533-1584)
tot erfgenaam. Het huwelijk van Rene van Châlon, Prins van Oranje bleef kinderloos en toen hij sneuvelde in 1544, erfde zijn volle neef
Willem (De Zwijger) van Nassau-Dillenburg de titel Prins van Oranje. Keizer Karel V bepaalde dat hij de erfenis alleen mocht
aanvaarden, als hij katholiek opgevoed werd aan het Keizerlijke hof te Brussel.
Onder Willem van Nassau-Dillenburg (1533-1584), Prins van Oranje (1544-1584) begint de vereniging der Nederlanden.
Na de dood van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) erfde zijn oudste zoon Prins Filip het Prinsendom Orange en na zijn
dood in 1618 erfde Prins Maurits het. Toen de oorlog in 1672 begon en het Prinsendom Orange in handen was van Prins Willem III werd
het bezet door de Franse Koning Louis XIV. In 1678 werd het Prinsendom teruggeven met de Vrede van Nijmegen.
In 1685 na de herroeping van het Edict van Nantes viel het Prinsendom weer in Franse handen. In 1689 zou men het Prinsendom weer
teruggeven maar dat gebeurde pas in 1697.
Toen Prins Willem III van Oranje-Nassau kinderloos stierf in 1702, had hij al zijn bezittingen nagelaten aan zijn neef Graaf Johan
Willem Friso, vorst van Nassau en Dietz, erfstadhouder van Friesland. De zoon van Prinses Louise Henriëtte van Oranje-Nassau, de
Pruisische Koning Frederik I maakte hier bezwaar tegen op grond van het testament van Prins Frederik Hendrik.
Koning Lodewijk XIV verklaarde ondertussen dat het Prinsendom aan Frankrijk toekwam en wees Prins Conti als erfopvolger aan,
Conti was verwant aan de Chalons. De opvolgingsstrijd was hiermee begonnen, het Franse Parlement besloot dat het
Prinsendom toekwam aan Prins Conti onder de soevereiniteit van Frankrijk. In 1713 werd dit bekrachtigd bij de Vrede van Utrecht,
de titel en het wapen stond men af aan de Koning van Pruisen. In 1733 verwierven de Friese Nassau's door een verdrag met Pruisen de
titel en het wapen. Sinds het Koninkrijk der Nederlanden voert de oudste zoon van het Staatshoofd de titel Prins van Oranje.
Beide Vorsten behouden het recht de titel Prins van Oranje te dragen. Daardoor voeren thans zowel Prins Willem-Alexander (1967)
als de chef van het Huis Hohenzollern deze titel.
Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands
Willem van Nassau wordt geboren op 24 april 1533 op het "Hooge Huis" te Dillenburg" als zoon van Graaf Willem van Nassau en Juliana van
Stoltenberg. Het huwelijk tussen zijn oom, René van Châlon (Prins van Oranje), en zijn tante, Anna van Lotharingen, blijft kinderloos
en zodoende erft hij na de dood van zijn oom, op 11-jarige leeftijd 'al zijne goederen'. De jonge Willem wordt met het Lutherse
geloof opgevoed. Na de afhandeling van de erfenis , waarbij hij onder andere de titel "Prins van Oranje" verwerft, moet de
jonge Willem naar het hof te Brussel om opgevoed te worden als goed katholiek door de landvoogdes Maria van Hongarije.
Volgens zijn voogden en gouverneurs verloopt zijn ontwikkeling voorspoedig. Hij krijgt les in de talen Latijn, Duits, Frans, Spaans
en Italiaans. Ook krijg hij les in het Nederlands, alhoewel hij deze taal blijft doorspekken met Duitse woorden. Bovendien gaat hij
naar een goede Brusselse school om de Krijgskunde en de Diplomatie onder de knie te krijgen.Wat erg opvalt aan de jonge Willem is
zijn levendigheid, zijn zelfbeheersing en het gemak waarmee hij zich verbaal kan uiten.
In 1551 benoemt Keizer Karel V van Frankrijk hem tot kolonel van een regiment te velde en op 30 januari 1556 wordt hij benoemd tot
Ridder in de Orde van het Gulden Vlies.
Hierbij zweert hij trouw aan het katholieke geloof. Op 6 juli 1551 trouwt hij met de rijke erfdochter van Maximiliaan van Buren,
Anna van Egmond. Alhoewel het geen liefdeshuwelijk is, is het geen ongelukkig paar. Zij schenkt hem drie kinderen: Philips-Willem,
Maria en een dochtertje dat te vroeg sterft. Op 24 maart 1558 sterft Anna van Egmond. Vlak na de dood van Anna van Egmond knoopt
Willem van Oranje een relatie aan met Eva Eliver, en uit deze relatie wordt in 1559 Justines geboren, die later admiraal van
Zeeland wordt. Eva Eliver trouwt later met Arondeaux, de secretaris van Hulst. Na de vrede tussen de Spaanse Koning en de
Franse Keizer op 3 april 1559 (vrede van Câteau-Cambrésis), krijgt Willem van Nassau gewetensbezwaren, nadat Koning Philips' plannen
met het Nederlandse volk hem ten gehore komen; deze plannen tasten de burgerlijke en godsdienstige vrijheid aan, de bloedige inquisitie
zou Nederland niet overslaan. Omdat Willem van Nassau over deze ontwikkelingen blijft zwijgen, in vergelijking met de loslippige
Hendrik II, krijgt de Prins van Oranje ten onrechte de bijnaam: Willem de Zwijger. Dat deze bijnaam onterecht is, blijkt uit het
feit dat hij zeer welbespraakt is en met zijn verbale capaciteiten veel mensen voor zich weet te winnen.
Het tweede huwelijk van
de Prins van Oranje is met Anna van Saksen, dochter van de keurvorst Maurits van Saksen. Zij is streng Luthers opgevoed, lelijk
van uiterlijk en boos van humeur. Van liefde is dan ook geen sprake, maar zij verleent de Prins de steun van Saksen, Hessen en
de Paltz, en daar is het Willem van Nassau dan ook om te doen. Ondanks de tegenstellingen in geloofsovertuiging tussen de twee,
en vooral de kritieken daarover van haar familie, vindt het huwelijk toch doorgang op 25 augustus 1561. Vanaf de start van zijn
tweede huwelijk begint Willem van Oranje zich te verdiepen in de godsdienstige bewegingen in Nederland en ook daarbuiten. Door
zijn gemengde opvoeding (eerst Luthers, daarna katholiek) is zijn belangstelling voor het geloof afgenomen, maar daar komt door
de inquisitie verandering in. Hij volgt vanaf beginjaren zestig alle godsdienstige ontwikkelingen en zijn doel is een
eendrachtige samenwerking tussen Protestanten en Katholieken om onder het Spaanse juk vandaan te komen. Hij blijft
vasthouden aan zijn katholieke geloof, maar is een fel tegenstander van beperkingen in geloofskeuze. Hij bevindt zich in een
moeilijke positie: aan de ene kant is hij trouw aan de Spaanse Koning (Philips), aan de andere kant voelt hij mee met de
Protestanten die met Rome gebroken hebben en in opstand kwamen tegen de inquisitie. Het jaar van de ommekeer is 1566. Op 20
augustus en de dagen daarna vindt in Brussel, waar de Prins op dat moment is, op dat moment één van de grootste opstanden
plaats tegen de inquisitie, de beeldenstorm. De beeldenstorm vindt daar op enorme schaal plaats en waait vanuit Brussel
over naar de rest van Nederland. Willem van Oranje reageert op deze opstand door drie beeldenbestormers op te hangen, maar
tegelijkertijd staat hij de godsdienstbeoefening in elke kerk toe en belooft het einde van de inquisitie. Het jaar 1566 is
de ommekeer omdat Willem van Nassau zich nu definitief keert tegen de Koning van Spanje. Alva wordt naar Nederland gestuurd
met het doel de opstand tegen de inquisitie de kop in te drukken. De Prins van Oranje kiest definitief voor het Nederlandse
volk en alhoewel een gezamelijk optreden van Protestanten en Katholieken tegen het Spaanse gezag een utopie blijkt te zijn,
keert hij zich tegen Spanje. Hij ontvlucht, net als vele anderen, het land als Alva er met zijn troepen aankomt, wachtende
om terug te keren in betere tijden. Deze wending in het gedrag van Willem van Oranje kondigt een nieuwe periode in zijn
leven aan: de tijd van zijn ballingsschap en zijn tijd van de pogingen Nederland te bevrijden van de Spanjaarden. Alhoewel
deze nieuwe periode de moeilijkste en zwaarste van zijn leven is, is het wel de periode waarin hij het Nederlandse volk
voor zich weet te winnen en de basis legt voor het huidige Nederlandse Koningshuis. Willem van Oranje begint met het
aanwerven van legers om verzet te bieden tegen de uitvoerders van het Spaanse beleid en correspondeert met vele mensen
in heel Europa om steun te winnen voor zijn doel: godsdienstvrijheid en verdrijving van de Spanjaarden uit Nederland.
Hij verklaart zich op 25 maart 1568 voor het Protestantisme (maar bekeerd zich nog niet), maar belooft tevens de Katholieken,
met uitzondering van de tirannie, volledige bescherming.
De Spaanse troepen vallen Nederland binnen en de Prins reageert
met de geestkracht die hij op jonge leeftijd al bezat, namelijk met geduld en de woorden "Et suis encores délibré avecq l'ayde de
Dieu de pousser oultre". Vrij vertaald:"We gaan door met Gods hulp". In deze tijd wordt ook het Wilhelmus geschreven en
in deze context is het duidelijk dat dit lied een monument is voor Oranje. Alva heeft ondertussen bijna geheel Nederland
in zijn greep met zijn troepen, zijn belastingen en de bloedraad. Het verzet in Nederland groeit en de hoop is gevestigd
op Willem van Nassau. Alhoewel hij tegenwerking ondervindt van de Duits-Lutherse vorsten, blijft hij met een enorme dosis
geduld doorgaan met steun verlenen, raadgeven en plannen maken. Na een smadelijke nederlaag tegen de veldheer Alva in 1570
zijn alleen Holland en Zeeland nog in staat de Spaanse belegering te voorkomen. Willem van Oranje vestigt zich in Enkhuizen
temidden van het volk. Enkhuizen weigerde Spaanse garnizoenen binnen de stad te laten en de Prinsenvlag, het Oranje-Blanje-Blue,
wappert er aan de toren. Willem van Oranje probeert vanuit deze stad de zaken te regelen. In Nederland zijn de groepen nogal
verdeeld. Willem moet het vertrouwen zien te winnen van zowel de Katholieken als de Protestanten (Lutheranen en Calvinisten).
De Prins zelf besluit zich van ongelovig Katholiek te bekeren tot gelovig Lutheraan, en zo bemoeilijkt hij het zichzelf het
vertrouwen te winnen van Katholieken en Calvinisten. Toch staat hij een bondgenootschap tussen alle partijen voor, en dat
is ook gelukt door vele eisen van de Calvinisten te pikken. Hij is dit bondgenootschap ook altijd trouw gebleven. Het
politiek gedrag van de Prins is niet bepaald door zijn eigen godsdienstige beleving, maar hij heeft zijn eigen godsdienstige
beleving ondergeschikt gemaakt aan het politieke belang van Nederland. De periode vanaf 1572 is er één van veel bloedvergieten.
Vele Nederlanders vinden de dood op slagvelden waaronder twee broers van Willem van Nassau, Lodewijk en Hendrik van Nassau,
in het jaar 1574. Met veel geduld weet Willem van Oranje de bewoners van het Rijnland, het Schieland en het Delfland ervan
te overtuigen dat de beste manier om te voorkomen dat de Spanjaarden de stad Leiden veroveren (er is al een Spaans beleg gaande),
is om de dijken door te breken en zodoende het land te laten onderstromen. Het plan slaagt en de stad Leiden blijft in handen
van Nederland. De Spanjaarden blijven echter nog steeds de oude vrijheid en welvaart van het Nederlandse volk in de weg staan.
Willem van Oranje blijft een beleid voorstaan waarmee de Spanjaarden met gezamelijke krachten uit Nederland verdreven kunnen
worden en bovendien streeft hij naar een gezamelijk vaderland. Alle provinciën der Nederlanden moesten samen één natie gaan
vormen als de Spanjaarden verdreven waren.
Willem van Oranje weet als geen ander gebruik te maken van de drukpers, een nieuwe
uitvinding. Hij laat pamfletten verspreiden waarin hij propaganda maakt voor zijn beleid. De Gewesten komen op 5 november 1576
tot een overeenkomst met de Pacificatie van Gent. De prins van Oranje is dan inmiddels uitgegroeid tot moreel leider van Holland
en Zeeland. Een sfeer van vreugde en verademing heerst onder de Nederlanders en bovendien verliezen de Spanjaarden terrein.
Een gemeenschappelijk optreden tegen de vijand lijkt bereikt, maar toch is er nog veel verdeeldheid. Er zijn in de verschillende
Provinciën maar liefst vier verschillende regeringen werkzaam. De Prins doet een laatste poging om tot een godsdienstvrede te
komen en zo het bloedvergieten te voorkomen. Hij probeert tot eendracht te komen door aan te geven dat de vijand maar één vrees
heeft, namelijk dat de Nederlanders op het punt van godsdienst eensgezind zullen zijn. Deze poging faalt echter, omdat de
gemoederen bij beide partijen te hoog oplopen zodat bemiddeling geen zin meer heeft. In Utrecht faalt het bereiken van de
godsdienstvrijheid door de katholieken, in Holland door de gereformeerden, maar vooral door de ontwikkelingen in Gent mislukken
de plannen van Willem van Oranje. Een golf van terreur, plundering en beeldstormerij woedt over de stad en van een eventuele
godsdienstvrijheid is geen sprake meer.
Het huwelijk van de Prins van Oranje met Anna van Saksen is, zoals gezegd, geen
liefdeshuwelijk. Zij keert hem snel de rug toe. Het huwelijk brengt hem dan ook weinig anders dan verdriet. Zij is slecht
gehumeurd, vaak dronken, pleegt overspel en op 18 december 1577 sterft zij een eenzame dood. Zij schenkt hem wel vier kinderen;
Anna, Maurits (deze sterft in zijn geboortejaar), een tweede Maurits en Emilie. Bij Anna's dood zijn de twee inmiddels gescheiden.
Nog voor haar dood trouwt Willem van Oranje zijn derde vrouw, Charlotte van Bourbon, en deze keuze was een gelukkige. Hij vindt
bij haar liefde, gezelligheid, aanhankelijkheid en verzorging. Zij trouwen op 24 april 1575 in Dordrecht. Charlotte van
Bourbon wordt door vele mensen geliefd. Zij schenkt de Prins van Oranje zes dochters. Na de aanslag op de prins op 18 Maart 1582
verzorgt zij hem met zoveel zorg, maar vergeet zelf rust te nemen. Deze taak wordt haar fataal. Haar gezondheid laat het afweten
en zij sterft op 5 mei 1582. Haar dood wordt door zeer veel mensen betreurd. De moeder van Willem van Oranje, Juliana van Stoltenberg,
die voor een groot gedeelte verantwoordelijk is voor zijn opvoeding en heeft bijgedragen aan het karakter van de Prins, sterft op 18
juni 1580 op 76-jarige leeftijd. Zij laat 123 kinderen en kleinkinderen achter.
De Unie van Utrecht wordt na aandringen van
Willem van Oranje in 1579 getekend. De Unie verbindt de Noordelijke Provinciën en heeft als doel een eenheid te vormen tegen het
gevaar in het Zuiden. De Provinciën Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, de Ommelanden en Friesland tekenen de Unie. Willem van
Nasau tekent de Unie pas veel later, omdat het toch een einde betekent van zijn ideaal, een eenheid tussen Noord en Zuid.
De Unie is niet tegen het Zuiden, er zijn zelfs enkele steden die ook tekenen, maar het is niet het ideaal dat Willem van Oranje
voorstaat. In het verdrag is bepaald dat niemand vervolgd mag worden vanwege zijn geloofsbeleving. Dit is een primeur in de
Europese geschiedenis en is dus mede te danken aan het werk van Willem van Oranje.
Na de dood van Charlotte van Bourbon,
5 mei 1582, trouwt Willem van Oranje op 12 april 1583 met Louise de Coligny, mede in de hoop de Fransen voor zich te winnen.
Uit het huwelijk wordt op 28 februari Frederik Hendrik geboren.
Koning Philips heeft dan inmiddels al een prijs gezet op het
hoofd van de Prins. Hij wordt "de pest van de gehele Christelijkheid en vijand van het menselijk geslacht" genoemd.
Na vele mislukte aanslagen op zijn leven, slaagt Balthasar Gerards er wel in op dinsdag 10 juli 1584 in De Prinsenhof te Delft.
Het land is in tranen, de "Vader des Vaderlands" is dood. Op 3 augustus wordt de Prins van Oranje begraven.
Hij is altijd blijven vasthouden aan zijn ideaal, Noord en Zuid verenigd als één natie. Hij heeft in zijn leven verschrikkelijk
veel tegenslagen moeten verwerken, zowel op het privé- als op het politieke vlak.
Zijn moordenaar is terechtgesteld op een manier waarmee de Prins niet gelukkig zou zijn geweest.
Stadhouders
wordt momenteel aangewerkt
Willem Frederik, onze eerste Koning
Napoleon en de Franse overheersing
De machtige Napoleon
Napoleon Bonaparte grijpt in 1799 de macht in Frankrijk. Hij wil de leider zijn van een zo groot mogelijk rijk.
In 1806 benoemt hij zijn broer Lodewijk daarom tot vorst van het Koninkrijk Holland.
Lodewijk blijkt al spoedig een koning die de Nederlandse belangen voorop zet en relatief los van Frankrijk regeert.
Dat was niet wat Napoleon wilde. In 1810 moet Lodewijk dan ook aftreden; Nederland wordt een provincie van Frankrijk.
De ondergang van Napoleon
Napoleon heeft intussen een groot rijk onder zijn bewind gebracht. Dankzij hem worden de Verenigde Nederlanden één land met een centraal bestuur in Den Haag.
Maar na 1810 gaat het bergafwaarts met de machtspositie van Napoleon. Zijn leger leidt gevoelige nederlagen in Rusland en Pruisen.
Berichten hierover bereiken Nederland en zorgen voor onrust.
Onrust in Nederland
De Franse Tijd zorgde voor steeds meer onvrede onder de Nederlandse bevolking. Door berichten over de nederlagen van Napoleon ontstaat onder
de bevolking de hoop op toekomstige onafhankelijkheid. Na een eerste opstand in Amsterdam breidt de onrust zich over andere steden in Nederland uit.
Dit leidt ertoe dat veel Franse overheersers zich niet meer veilig voelen en het land ontvluchten.
De bondgenoten en de bevrijding
Op het moment dat veel Fransen terugkeren naar Frankrijk, vallen legers van bondgenoten uit Engeland, Pruisen en Rusland (de Kozakken) Nederland
binnen om ons land definitief van de Franse overheersing te bevrijden.
Uitroepen van de onafhankelijkheid
Aanhangers van Oranje komen samen
De afnemende kracht van Frankrijk is het teken voor de tegenstanders van Napoleon om over te gaan tot handelen.
Eén van die tegenstanders is Gijsbert Karel van Hogendorp. Hij is een aanhanger van de voormalige stadhouders Van Oranje-Nassau.
Van Hogendorp maakt plannen voor een nieuw Nederland, dat zou ontstaan als de Fransen het grondgebied zouden verlaten.
Hij vormt door middel van geheime bijeenkomsten een groep van medestanders om zich heen. Zo ontstaat het idee om Willem Frederik, de zoon van
voormalig stadhouder Willem V van Oranje-Nassau, terug te halen naar Nederland. Hij zou het hoofd van een centrale regering kunnen worden.
Een onafhankelijk Nederland
Aan de Franse overheersing is een einde gekomen en nieuwe buitenlandse bondgenoten verwerven invloed.
Daardoor ontstaat in Nederland een onduidelijke machtssituatie. Hieraan komt een einde op 21 november 1813.
Vanaf dan nemen Gijsbert Karel van Hogendorp en Frans-Adam van der Duyn van Maasdam het Algemeen Bestuur van Nederland voor hun rekening.
Leopold van Limburg Stirum neemt de militaire leiding. Onder leiding van dit ‘driemanschap’ verklaren de aanhangers van Oranje de onafhankelijkheid in Nederland.
Ook zorgen zij ervoor dat de zoon van voormalig stadhouder Willem V van Oranje-Nassau naar Nederland terugkeert.
Terugkeer van Willem Frederik naar Nederland
De landing van Willem Frederik
In 1795, toen Frankrijk Nederland binnenviel, was voormalig stadhouder Willem V van Oranje-Nassau naar Engeland gevlucht.
Bijna twintig jaar later keert zijn zoon Willem Frederik van Oranje-Nassau terug naar Nederland, op uitnodiging van het driemanschap.
Op 30 november 1813 komt hij in Scheveningen aan land. Het grootste deel van de bevolking is blij met zijn komst.
Behoefte aan herstel en verandering
De Franse Tijd en de slechte sociaal-economische situatie hebben ervoor gezorgd dat de Nederlandse bevolking verlangend uitkijkt naar het nieuwe bestuur.
De nieuwe machthebbers, Willem Frederik en het driemanschap, willen wel de macht herstellen, maar niet terugkeren naar de politieke toestand van voor 1795.
Toen lag de macht in handen van de toenmalige zeven provinciën en was het centraal bestuur zwak.
Een nieuw bestuur
De Nederlandse bevolking wil graag een versterking van het centrale algemeen bestuur. De groep rond Gijsbert Karel van Hogendorp had ter voorbereiding
op de komst van Willem Frederik al enkele bestuurlijke beslissingen genomen. Direct na zijn aankomst in Nederland, op 2 december 1813, aanvaardt
Willem Frederik het gezag (de soevereiniteit) over Nederland en bindt zich aan de Grondwet (‘onder waarborging eener wijze constitutie’).
Willem Frederik, Koning der Nederlanden
Na zijn aanvaarding van het gezag over Nederland stelt Willem Frederik een commissie in onder leiding van Van Hogendorp.
Deze commissie moet zich gaan buigen over de nieuwe grondwet. Op 29 maart 1814 wordt deze nieuwe grondwet aangenomen.
Zo ontstaat de zgn. ‘constitutionele monarchie’ in Nederland, wat betekent, dat de koning zich gebonden weet aan de grondwet.
Het Congres van Wenen
In de nazomer van 1814 begint het Congres van Wenen, met als doel om de nieuwe machtsverhoudingen in Europa vast te stellen.
Nadat Napoleon is verslagen willen de bondgenoten zich ervan verzekeren, dat Frankrijk nooit meer zo machtig zal worden.
Om dat te bereiken moet Frankrijk voortaan worden omringd door sterke “bufferstaten”. Daarom wordt besloten de Noordelijke en Zuidelijke
Nederlanden samen te voegen, om zo een sterk machtsblok tegen Frankrijk te vormen. Het nieuwe land wordt het Koninkrijk der Nederlanden, en
ongeveer het hele huidige Benelux-gebied valt onder het gezag van de koning.
De Prins van Oranje wordt Koning der Nederlanden
Op 16 maart 1815 krijgt Willem Frederik van Oranje-Nassau de titel Koning der Nederlanden en op 21 september 1815 wordt
hij officieel ingehuldigd. In ditzelfde jaar kondigt hij tevens een nieuwe grondwet af. In deze nieuwe grondwet wordt de Staten-Generaal gesplitst
in twee kamers: de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. De koning bestuurt het land afwisselend vanuit Den Haag en Brussel.
Het Koninkrijk der Nederlanden
In de loop van de negentiende eeuw worden België en Luxemburg onafhankelijk van Nederland.
In 1848 krijgt Nederland een nieuwe grondwet die de democratie versterkt. Vanaf dat moment moeten ministers verantwoording gaan afleggen
aan het parlement in plaats van aan de koning, en kiezen burgers het parlement.
Aanvankelijk is slechts een kleine groep burgers kiesgerechtigd, maar het aantal kiesgerechtigden wordt in de loop der tijd steeds meer vergroot.
Langzaam vormt zich het Koninkrijk der Nederlanden met zijn democratische instellingen zoals we die vandaag kennen.
De eerste koning was Willem I der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau. Hij werd in maart 1815 koning en was al vanaf 1813 soeverein vorst der Nederlanden.
Het koningschap is erfelijk en erfde tot 1887 over volgens het semi-salische erfopvolgingsstelsel.
In 1887 werd het Castiliaanse stelsel van kracht. In 1923 werd de opvolging beperkt tot in de derde graad van bloedverwantschap ten opzichte van de regerende koning.
In 1983 werd de absolute primogenituur als erfopvolgingsstelsel ingevoerd.
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft tot nog toe de volgende staatshoofden gehad:
1815–1840, Willem 1
1840–1849, Willem II
1849–1890, Willem III
1890-1898, Emma, als Koningin-regentes der Nederlanden
1890–1948, Wilhelmina
1948–1980, Juliana
1980–heden, Beatrix
|