AFTREDEN KONINGIN
BEATRIX
www.aftredenkoningin.nl










IBTJE EN DE ENGELANDVAARDERS

Een kort komisch verhaal van
Frits Heckler

Tijdens zijn regeerperiode ontdekt Tony Blair dat het aantal blondines in zijn land afneemt, zelfs tot nul reduceert.
Om een politieke afgang te voorkomen belooft hij het tekort aan te vullen. Maar tijdens die zoektocht vindt hij tot zijn eigen verbazing de verdwenen blondines weer terug en daar is hij niet erg blij mee.
Want tussen al deze mooie dames blijkt namelijk een IBtje te zitten, een zogenaamd Intelligent Blondje.

IBTJE: spreek uit als IEBEETJE.
IBTJE

‘We willen ze weer bewonderen in ons geliefde Engeland, we willen ze weer begluren op onze stranden, van ze genieten op onze velden, met ze stoeien op de hellingen van onze heuvels. En jij, Tony. Ja, jij daar. Jij had ons dit allemaal beloofd. Nou, waar zijn ze dan?’ schreeuwde Brian, de gevreesde oppositieleider in de House of Commons.
‘Maar Brian, doe eens even normaal, man,’ riep Tony terug. Ondanks zijn leeftijd van vijftig had hij nog steeds het figuur van een fanatieke sportschoolfreak. ‘Je weet maar al te goed dat we al maanden naar ze zoeken. In al onze slaapkamers, onder al onze bedden, in al onze kasten, op alle achterbanken van onze auto’s, in al onze fietsenhokken, op alle donkere plekjes van onze bioscopen. Maar vinden? Ho maar. Trouwens, was het doorzoeken van de slaapkamers niet jouw idee? Je ging wel altijd als eerste naar binnen.’
Al een hele poos was de bevolking van Engeland in rep en roer. Tien maanden geleden ontdekte men het voor het eerst. Het aantal blondines in Engeland nam af en bij de laatste officiële telling, nu een maand geleden, bleek dat van de groep twintigers en de dertigers er helemaal geen blondjes meer waren.
‘Tony, je had nog zo beloofd dat ze er nu weer zouden zijn. Hoe je eraan komt, interesseert me totaal niet. Als we ze maar weer hebben.’ Brian stopte even met spreken en liet hem wat papieren zien. ‘Hier staat het zwart op wit Tony, vandaag zou je voor een nieuwe lading zorgen. Zoniet, dan...’ Brian zweeg. Hij keek de zaal in. Zijn ogen straalden energie uit. Zijn houding was krachtig, rechte rug en opgeheven hoofd. ‘Zoniet dan,’ herhaalde hij, ‘de motie van wantrouwen.’ Hij balde zijn vuist en keek de leden van zijn oppositie aan. Een luid gejuich was het antwoord.
Tony werd bleek. Hij had inderdaad Engeland weer blondines beloofd. Zijn politieke carrière hing ervan af. En deze motie zou hij niet overleven.
Toen voelde hij het. Iemand trok aan zijn colbertje. Het was Andy, zijn steun en toeverlaat bij het nemen van vreemde en absurde beslissingen. Vijfenveertig, slank figuur, maar bij zijn slapen waren de eerste grijze haartjes al niet meer weg te kammen. Tony bukte voorover. Andy fluisterde hem iets in het oor. ‘Prima,’ zei Tony zachtjes, ‘we hebben ze.'
Tony ging weer rechtop staan en keek Brian doordringend aan. Met een glimlach. ‘Klopt niet wat je nu zegt, Brian. Volgens mij moet je eens een cursus lezen volgen.’ Tony zweeg. En het had effect. Brian ging in de verdediging.
‘Het staat hier echt, Tony. Kijk maar.’
Maar de slimme Tony keek niet. ‘Nee, Brian. Vandaag zou ik niet een nieuwe lading blondines afleveren. Nee, lees het nog maar eens goed. Vandaag zou ik met een oplossing komen. Een kwestie van goed lezen.’
Nu was het Brian's beurt om het initiatief te nemen. ‘Nou Tony, beste kerel, laat ons niet langer in spanning zitten. Wat is jouw oplossing dan? We luisteren.’
Voor de tweede keer werd Tony bleek. ‘Wat moet ik nu weer zeggen, Andy?’
Hij fluisterde hem weer iets in.
'Jezus, dat meen je toch niet?'
'Weet jij soms iets beters?'
Tony nam weer het woord. ‘Binnen een maand laten we de zon hier schijnen. En hier bedoel ik mee in ons eigen Engeland.’
Een enorm gelach was het antwoord.
‘En wat denk je daar dan mee te bereiken, Tony? Overvolle stranden, zeker dat zal gebeuren. Maar dan nog steeds zonder blondines in minibikini's.’
Tony keek Andy angstig aan. Andy hielp hem weer.
‘Ja, overvolle stranden. Dat klopt, Brian. Maar dan wel met blondines. Want diezelfde zon zal de haren van onze brunettes doen blonderen,’ riep Tony luid in de zaal.
‘Wij willen blond, wij willen blond, wij willen blond,’ schreeuwde iedereen.
Toen sloeg Tony helemaal door. ‘Door die zon worden onze brunettes, onze bloedeigen intelligente brunettes, blond. U hoort het goed. Onze brunettes worden blond. En daarmee bezitten we dan, als het enige land in de wereld, over intelligente blondjes. IBtjes zullen we ze noemen. Intelligente Blondjes. Zie je het al voor je. Al die toeristen die van heinde en verre komen omdat te mogen aanschouwen. Al die congressen die over ze gehouden zullen worden, al die boeken die over ze verschijnen, al die speelfilms die over ze gemaakt gaan worden. En dat allemaal in ons eigen Engeland. IBtjes, onthoud dat goed, Dames en Heren. IBtjes, Intelligente Blondjes, in ons eigen Engeland.'
Een luid gejuich steeg op. Tony kreeg een maand uitstel om zijn plannen te realiseren.

Even later zaten Tony en Andy samen in de auto.
‘Jeetje, wat heb ik nou weer gedaan,’ jammerde Tony. ‘Dit is toch onmogelijk. Je weet toch wel dat die grote gele heetkop hier maar zelden schijnt. Waarom liet je me dat in hemelsnaam zeggen?’
‘Gelezen in een folder.'
'Wat, en je gelooft dat?'
'Zijn wel intelligente lui, hoor. Weet je dat ze me ook al hebben gebeld, en dat terwijl ik in het bel-me-niet register sta.'
Tony zag de televisie-uitzendingen van vanavond al voor zich, inclusief de headlines in de kranten van morgen. Iedereen zou het erover hebben. De verkoop van bikini’s en zonnebrillen zou explosief stijgen. De fabrikanten van winterkleding zouden voortijdig failliet gaan. En dat alleen maar omdat hij ....
'Heb je die folder eigenlijk nog?'
'Nee, weggegooid. Pure onzin natuurlijk.'
Tony zei even niets meer en keek naar buiten. Ze waren nu in London en stonden in een file. Er heerste zware bewolking en het regende. Tony keek naar boven. Daar zou de zon moeten staan, maar hoe kreeg hij die zo gek om….. Tony werd in zijn gedachten verstoord. Iemand klopte op het raampje. Naast de auto stond een man in een donker pak met een zwarte hoed op.
‘Heeft u wat geld, meneer.’
‘Dan ga je maar naar de officiële instanties toe of naar het Leger des Heils,’ knalde een geïrriteerde Tony er direct uit.
De man begon te huilen. ‘U moet weten, meneer. Ik werkte bij de regenkledingfabriek en mijn baas luisterde net naar uw redevoering. Toen hij u over de zon hoorde spreken, heeft hij meteen iedereen ontslagen. Ik ben toen direct naar de bank gaan en heb daar al mijn spaargeld in een keer opgenomen.’
‘En wat heb je ermee gedaan?’
‘Naar het wedkantoor gerend.’
‘Dat is stom, zeg,’ zei Andy.
‘Nee mijnheer. Die weddenschap kon niet fout. U moet weten, ik ben geboren op de vijfde van de vijfde in het jaar vijfenvijftig. We woonden op huisnummer vijf en heb vijf zussen.’
‘Begrijp het probleem helemaal.’
De man vervolgde. ‘Ik zag dat er een paardenrace startte om vijf over vijf. En het is vandaag ook nog eens de 5de. De race stond gepland om vijf over vijf met daarin een paard dat High Five heette en zou vertrekken uit box 5. En dus zette ik al mijn laatste 5555 pond in op dat paard.’
‘Maar dan kan het toch niet meer mis gaan?’ zei Tony.
‘Onmogelijk,’ antwoordde Andy terwijl hij met zijn vinger over zijn kin streek. ‘En, hoeveel heb je gewonnen?’
‘Helaas, meneer. Het paard werd vijfde.’
‘Arme man,’ zei Tony. Hij gaf hem vijf pond.
‘Dank u wel, meneer. En ik heb ook nog iets voor u.’
‘Gas geven, Andy,‘ zei Tony. ‘Met deze loser wil ik niets te maken hebben.’
‘Meneer, Tony, meneer Tony, neem dit alstublieft van mij aan. Het zal al uw problemen….’
Maar Andy gaf plankgas en de man in het donkere pak en zijn zwarte hoed bleef alleen achter, met een folder in zijn hand. Daarop stond: Het zonnetje in eigen huis.
Tony en Andy reden verder London in en met enige vertraging, een file van een uur, kwamen ze bij hun werkkantoor aan. Andy parkeerde de auto en nu liepen ze naar het gebouw toe.
'Pas op,' riep Tony. Een boek vloog uit het raam. Hij kon Andy nog net op tijd wegduwen.
Toen was het de beurt aan Andy om zijn baas te redden. Net op tijd zag hij hoe een ouderwetse schrijfmachine het raam verliet. Hij trok Tony weg en het zwarte ding sloeg vlak achter hen op een stenen muurtje te pletter.
Tony en Andy snelden naar binnen. In de werkkamer rolden de brunettes Sarah en Wendy en de homo Robbie van het lachen op de grond.
'Wie gooide dat boek uit het raam?' vroeg Tony streng.
‘Ik mijnheer,' giechelde Sarah terwijl ze niet bijkwam van het lachen.
‘En Wendy, was die schrijfmachine misschien jouw idee?’ Wendy knikte en proestte het uit.
‘En jij Robbie, wat heb jij uitgespookt?'
'Ik heb snippers uit het raam gegooid, mijnheer.'
‘Ik zie daar de lol niet van in, maar snippers kunnen in ieder geval geen kwaad doen.'
Er werd geklopt. In de deuropening stond een man, bont en blauw en onder de bloedvlekken. Hij droeg een zwarte hoed. Tony herkende hem direct. Het was de man van de verloren weddenschap.
‘Uw naam graag,' zei Tony.
‘Snippers, John Snippers.’
Tony draaide zich kwaad om naar Robbie. ‘Nu ben je echt te vergegaan. Ik wil je maandag hier niet meer zien.'
‘Nou jongens en meisjes,' zei Robbie terwijl hij langs John Snippers de deur uitliep. 'Prettig weekeinde en tot dinsdag dan.'
Tony keek John Snippers recht in de ogen. ‘Wat doe je hier?’
'Ik wilde u nog iets geven, maar u reed zo snel weg.' John haalde een folder uit zijn binnenzak en gaf die aan Tony. Het zonnetje in eigen huis, stond erop.
‘Wat is hiervan de bedoeling?’
Maar John was al verdwenen. Ze hebben hem nooit meer teruggezien.

Een paar minuten later.
Tony en Andy bestudeerden aandachtig de folder.
‘Wist jij dat, Tony?’
‘Nee, ik dacht echt altijd dat Engeland een eiland was.’
‘Kennelijk niet.’
‘Kijk, nog iets interessants. De zon zal weer schijnen in Engeland.’
‘Ongelofelijk, hoe krijgen ze dat voor elkaar?’
‘Ze gebruiken daar gewoon een motor voor, schrijven ze. En een paar dagen later schijnt de zon dan al.’
‘Fantastisch, echt nooit geweten.’
Ze lazen nogmaals de folder.

Een geheel verzorgde reis met heel Engeland naar de Indische Oceaan, waar u uitzicht heeft op een ludiek klein eilandje met palmbomen op het strand. U kunt zowel op het eilandje als in uw geliefde Engeland genieten van het felle tropenzonnetje. Neem wel genoeg zonnebrandolie mee. Schroef de door ons geleverde motor aan de achterkant van Engeland vast en monteer vervolgens het stuurwiel. Vanaf dat ogenblik gedraagt Engeland zich als een boot. Volg de aanwijzingen van de bijbehorende gps op en u komt vanzelf op de plaats van bestemming aan. Daar wordt u opgewacht door een van onze medewerksters in gepaste kledij die u verder zal helpen. Vergeet bij vertrek Engeland niet los te koppelen en waarschuw uw buurman, want anders stroomt er via de kanaaltunnel water bij hem naar binnen. En daar bent u niet voor verzekerd.

Noot: Hoewel de tocht geheel vrij van gevaar is, schrijven wettelijke regelingen voor dat u het eiland Wight meeneemt. Het dient als reddingsboot.


‘Fantastisch, gewoonweg fantastisch,’ zei Tony. ‘ik ga ze direct bellen.’
Tien minuten later had Tony de reis geboekt.
Net toen Tony van plan was om naar huis te gaan, liet Andy Tony de achterkant van de folder zien. Daarop stond een foto van de eigenaresse van het reisbureau.
‘Mijn God,’ zuchtte Tony, ’wat een superlekker ding, zeg.’
‘Ja,’ antwoordde Andy, ‘Kan jij je al voorstellen hoe die er uit zal zien met blond haar.’
‘Onmogelijk Andy, onmogelijk. Maar ik denk dat ik dan helemaal uit elkaar spat.’

Een week later

Alle voorbereidingen voor de grote reis waren klaar en Tony zette de motor vlakbij Portmouth aan Engeland vast. Een groot houten stuurwiel diende als roer.
Langs de kust van Frankrijk, België, Holland, Denemarken en Ierland stonden honderdduizenden mensen de bewoners van Engeland uit te zwaaien. Ook de Engelsen waren op deze sombere en regenachtige dag met vlaggetjes en papaplu’s naar de kust getrokken om afscheid te nemen van de Ieren en de vastelandbewoners. Het eiland Wight, de reddingsboot, werd met een aantal sterke kabels achter Engeland aangesleept.
Tony stond aan het roer en voor op de boeg in Schotland had hij zijn drie Schotse vrienden Haig, Ballantine en Walker, uitgedost met lange haren en woeste baarden, gevraagd om een oogje in het zeil te houden.
Andy ontkoppelde de kanaaltunnel aan Engelse zijde en de Franse president sloot die aan de andere kant met een kurk van een oversized champagnefles af.
Tony gaf gas en Engeland voer weg. Behoedzaam draaide Tony zijn land tussen IJsland en Ierland door, ontweek nog net op tijd een hele oude sadistische ijsberg die weer op de loer lag en voer naar het zuiden.
De tocht liep verder voorspoedig en na een paar dagen varen doemde de Tafelberg aan de horizon op. Even later draaide Tony aan het stuurwiel en Engeland voer de Indische Oceaan op.
Alles ging goed, en de gps leidde Engeland feilloos naar haar eindbestemming. Tony nam gas terug en niet lang daarna lag Engeland stil. Haig liet het anker zakken.
Tony belde naar de Schotten voorop de boeg. ‘Zien jullie het beloofde eiland al liggen?’
Ballentine antwoordde. ‘Ja, ziet er goed uit. Schat dat het ongeveer twee kilometer ver is. Zie de palmbomen al duidelijk staan.’
‘Nog meer te zien?’
Ballentine keek nog eens goed met zijn verrekijker. ‘Nee, helemaal niets, lijkt wel of het eiland onbewoond is.’
‘Gek, ik had daar iemand van dat reisbureau verwacht. Hadden ze nog zo beloofd. We komen eraan.’
Tony en Andy gingen naar de boeg toe.
‘Nog steeds niemand te zien?’ vroeg Tony.
Walker schudde nee. ‘Kijk zelf maar als je wilt.’
Tony pakte de verrekijker. ‘Misschien staat diegene wel achter een boom. Kom op Andy, we gaan ernaartoe.’


Even later zaten Tony en Andy in een roeiboot en twee uur voor zonsondergang stonden ze op het strand van het eiland. De vochtige lucht hing als een natte deken om hun lichaam. Twee zonnebrillen beschermden hun ogen tegen de glinstering van de felle zon op het helblauwe water van de oceaan.
Tony nam het eiland in zich op. Recht voor hem verrees een heuvel van ongeveer zestig meter hoog en honderd meter naar links lag een soort moeras met wat rottend riet. Op wat vogels na, leek het eiland onbewoond.
‘We gaan teruggaan,’ zei Tony daadkrachtig. ‘Ik denk dat we op het verkeerde eiland zitten.’
Net toen ze weer in hun roeiboot wilden stappen, hoorden ze een stem.
‘Hallo, Hallo, hier ben ik dan.’
Tony en Andy keken op. Over het mulle strand kwam een fiets aangereden. Daarop zat een jonge vrouw. Ze was begin twintig, had mooi lang blond haar tot halverwege de schouders, blauwe ogen en een paar slanke benen die de trappers deden bewegen. Ze droeg een donkerblauwe cocktailjurk van licht transparant Chiffon met een V-hals. Normaal zouden de beide mannen eerst stiekem naar haar twee grote borsten kijken, maar nu waren ze toch door iets anders afgeleid.
'Hoe kan je daarmee fietsen?' vroeg Andy toen ze wat dichterbij was gekomen. De fiets bleek een tandem te zijn.
'Gewoon, trappen.'
'Met die schoenen?'
Tony en Andy keken naar de onderkant van haar benen. Haar schoenen waren rood van kleur en waren eigenlijk een paar mooie sandalen, voorzien van twee hoge hakken.
Ze stapte af en zette de tandem op zijn standaard. Moeiteloos liep ze op haar schoenen met de lange stelten door het mulle zand naar de beide mannen toe.
‘Ontvang jij je klanten altijd zo?’ vroeg Tony.
‘Klanten? Je denkt toch niet dat ik een of andere duurbetaalde …’
‘Nee, nee, nee. Dat bedoel ik helemaal niet. Je bent toch die dame van het reisbureau?’
‘Reisbureau zegt me helemaal niets.’
Tony stapte naar voren. 'Dan zit er iets goed fout, denk ik. Sorry, ik heb me nog helemaal niet voorgesteld. Ik ben Tony uit Engeland.' Hij pakte haar hand beet.
'En ik ben Andy, ook uit Engeland.' Hij veroverde haar hand van de tegenstribbelende Tony en bewoog die hard heen en weer.
'IBtje. Net als jullie ook uit Engeland,' zei ze terwijl ze zich van Andy probeerde los te rukken. 'Maar ik ben geen milkshake hoor die je voor gebruik door elkaar moet schudden.'
‘IBtje??’ Tony en Andy keken elkaar aan.
‘IBtje?’ vroeg Tony nogmaals.
‘Ja, gewoon IBtje. Is dat zo vreemd?’
'Hoe kom je aan die naam, als ik vragen mag?'
‘Van mijn vriendinnen gekregen. Ik heb namelijk ooit eens een puzzel in 80 dagen opgelost terwijl op de doos stond tussen de twee en vier jaar.’
‘Dus het is niet door de zon gekomen?’
'Nee, want ik heb die puzzel 's avonds gekocht toen het al donker was.'
'IBtje, zeg eens, waarom draag je zo'n mooie jurk?' vroeg Andy.
'Die heb ik 's middags altijd aan. En 's avonds wissel ik die dan om voor een avondjurk.'
'En ‘s nachts draag je dan zeker een nachtjapon,' zei de gevatte Tony. Met deze opmerking waande hij zich even weer in de House of Chambers, waar de meeste van zijn onnavolgbare oneliners direct tot literaire kunst werden verheven. Maar deze opmerking viel daar niet onder. Het was voer voor Andy.
'Ben benieuwd wat je dan 's ochtends draagt,' knalde hij er direct uit. 'De kreet ochtendkleding ken ik namelijk niet.'
Tony vulde de dreun. Hier had hij niet van terug. Hij verloor de grip op de situatie. Hij zag hoe ze Andy aankeek met die speelse brutale blik in haar ogen. De houding die ze aannam, hoe ze aan haar jurk zat, hoe ze met haar onderlichaam bewoog. Ze zag hem, Tony, helemaal niet meer staan. Ze stond zelfs met haar rug naar hem toe. Het was nu helemaal tussen haar en Andy.
'Klopt,' zei IBtje. 'Het woord ochtendkleding bestaat niet, dus die heb ik dan ook niet.'
Andy viel even stil. Hij bedacht een plan hoe hij dat moest controleren. Dit was voor Tony het moment om weer terug te komen in de race. En die tactiek kende hij als geen ander. Veranderen van onderwerp.
'Zeg IBtje, heb jij toevallig ook telefoon of beschikking over e-mail? Ik wil even contact opnemen met ons reisbureau. Ik denk dat ze ons naar het verkeerde eiland hebben gestuurd.'
'Tuurlijk, in mijn huis staat een computer. Maar ik denk toch dat jullie behoorlijk verdwaald zijn. In deze buurt liggen helemaal geen andere eilanden.'
Even later zaten IBtje, Tony en Andy op de tandem. IBtje voorop, daarachter Andy die al zwetend meetrapte en op de bagagedrager zat Tony in alle rust een plannetje uit te broeden om de beginnende relatie tussen IBtje en Andy een voortijdig halt toe te roepen.
Na driekwartier fietsen over het mulle zand kwamen ze bij haar huis aan. Het had drie etages en was geheel van hout gebouwd. Het dak bestond uit een ingenieuze constructie van palmbladeren en op de tweede verdieping had het een groot balkon met uitzicht over zee.
Ze stapten het huis binnen.
‘Prachtig,’ zei Tony, ‘met z'n hoevelen wonen jullie hier?’
‘Ik woon hier alleen.’
‘Jij, alleen. Is dat niet erg moeilijk, zo in je uppie?’
‘Nee hoor, de drie zwaarste jaren heb ik gehad toen ik in groep drie zat en bovendien werk ik.’
‘Hier, op zo’n mooi eiland, fantastisch. Wat doe je als ik vragen mag?’
‘Ik ben fotomodel.’
‘Dan moet er toch ook zoiets als een fotograaf zijn, lijkt mij.’
‘Klopt, alleen woont die hier niet. Hij komt regelmatig langs en maakt dan heel bijzondere foto’s van mij.’
De beide politici werden rood. ‘Hoe bijzonder?’ wilde de altijd nieuwsgierige Andy weten.
Ze keek Andy ondeugend aan. ‘Heel bijzonder.'
Via een open trap liepen ze naar de tweede etage.
‘Daar staat de computer,’ zei IBtje. In een hoek van de grote vierkante woonkamer had ze een werkplek ingericht.
Tony ging achter de computer zitten. Terwijl zijn vingers vakkundig over het toetsenbord bewogen draaiden zijn ogen naar links. Met groeiende jaloezie zag hij hoe Andy en IBtje naast elkaar op het balkon stonden. Hij zag hoe ze hem aankeek.
‘Dat lijkt toch net een eiland daar?’ hoorde hij Andy zeggen.
‘Nee hoor. Er liggen hier echt geen eilanden in de buurt. Dit is een fata morgana. Meestal zie je hem ook niet, dus doe maar net alsof je hem nu ook niet ziet,’ hakkelde ze.
Snel verzond Tony zijn mail en spurtte toen naar het balkon. Voordat Andy goed en wel iets in de gaten had duwde Tony zijn maatje naar rechts. En nu stond hij tussen Andy en IBtje in.
‘En gelukt?’ vroeg IBtje.
'Ja en nee. Ik kreeg direct een bericht terug dat het pas morgen gelezen wordt.’
‘Nou, dan moeten jullie vannacht maar hier blijven.’
'Goed idee,' zei Andy uiterlijk beheerst en koeltjes. In zijn hersens speelde zich een heel ander tafereel af.
‘Lijk inderdaad net op een echt eiland,’ merkte Tony op.
'Wat drinken?' vroeg IBtje snel.
'Een biertje gaat er altijd wel in,' zei Tony.
'Voor mij ook.'
IBtje liep weg, pakte uit de ijskast de gevraagde drankjes en nam voor zichzelf een gekoeld wit wijntje mee.
De stemming zat er al snel in en de tijd schoot voorbij. Om precies zes uur ging IBtje naar boven en kwam even later terug in een licht vanille gele avondjurk van het merk Papillion. De onderkant bestond uit vier lagen stof en bedekte haar benen geheel. Na de complimentjes in ontvangst genomen te hebben ging IBtje naar de keuken en kookte een heerlijke maaltijd voor de mannen die op hun beurt heel beleefd de afwas deden. Tony hanteerde de borstel en Andy was meester over de droogdoek. En nu zaten ze op het balkon nog een aperitiefje te drinken. De hemel was net een zwart modern schilderij gesierd door honderden witte stippeltjes, af en toe door de creatieve kunstenaar onderbroken door donkere vlekken van steeds een andere vorm.
Tegen middernacht gingen ze naar bed. Tony en Andy hadden ieder hun eigen logeerkamer met douche en wc. Na IBtje nog even in haar nachtjapon bewonderd te hebben deed Tony zijn deur dicht en ging direct slapen. Zo rond twee uur werd hij wakker omdat hij naar de wc moest. Na zijn blaas geleegd te hebben hoorde hij wat gerommel beneden. Hij liep de gang op en zag dat de deur van IBtje op een kiertje stond. Hij keek naar binnen. Haar bed was leeg. Toen keek hij naar de deur van Andy. Ook deze stond op een kiertje. En ook hij lag niet in zijn bed. Tony vloekte. En weer hoorde Tony gestommel beneden. Hij wist het, hij had de strijd met Andy verloren. Langzaam sloop hij de trap af. In de weerspiegeling van een ruit zag hij flitslichten. Net toen Tony om de hoek wilde kijken omklemde een hand zijn mond. Hij werd naar achteren getrokken.
‘Sjjt,’ fluisterde Andy. ‘Kijk daar.’
Tony keek naar de plek die Andy hem aanwees.
'Wat doet ze daar?'
'Poseren.'
‘Jij smeerlap.’
Buiten op het balkon stond IBtje. Ze hield haar hand in haar linkerzij, wachtte op de flits en deed toen hetzelfde met haar andere hand. Na elke flits veranderde ze van pose.
‘Net een echte professional, hè,’ zei Andy, ‘zou ik ook best wel eens voor mijn camera willen hebben.’
Nu lag ze op de balkontafel. De beide politici genoten ademloos.
Na een kwartier werd het onweer minder en IBtje maakte aanstalten om weer naar binnen te gaan. Andy en Tony snelden naar boven. IBtje liep de woonkamer weer in. Ze stond even stil bij de plaats waar Tony en Andy hadden gezeten, keek daarnaar en lachte zachtjes in zichzelf. Ze pakte uit de keuken een glas water en met een grote glimlach op haar gezicht ging ze naar boven.
Het duurde nog een halfuur voordat Tony in slaap viel, maar tegen vieren werd hij weer wakker. Hij hoorde wat gestommel op het balkon. En voor de tweede keer die nacht sloop hij naar beneden. En weer zag hij IBtje op het balkon staan. In haar hand hield ze een lantaarn vast en seinde naar het eiland dat de beide mannen de vorige avond vanaf het balkon hadden zien liggen en waarvan IBtje beweerde dat het er niet was. Vanaf het eiland werd teruggeseind.
Tony ging weer naar zijn kamer en wat hij absoluut niet verwachtte, hij viel direct in slaap.


‘Wakker worden, Tony!! Wakker worden!’ Tony deed zijn slaperige ogen open. Voor zijn bed stond Andy. Slechts gekleed in een boxershort.
‘Ze is verdwenen, weg, foetsie.’
‘Wie, IBtje?’
‘Wie anders, slimmerd. Zij natuurlijk.’
Tony sprong uit zijn bed, kleedde zich aan en spoedde zich naar beneden.
'Daar is ze,' bulderde Andy. Hij stond op het balkon met een verrekijker. Maar zonder dit apparaat zag Tony het ook.
IBtje zat in een boot en roeide naar het eiland waar ze afgelopen nacht nog naar geseind had.
‘Laten we snel naar Engeland gaan,’ zei Tony.
Ze liepen over het strand terug naar de andere kant van het eiland.
‘Gelukkig, Ons vaderland ligt daar nog steeds,’ riep Andy.
‘Alleen het probleem is hoe we daar komen.’
‘Met onze roei… shit , hij ligt er niet meer.’
‘Ja logisch,’ antwoordde Tony. ‘Dat was natuurlijk onze roeiboot waar die blonde bitch inzat. Kom op, terug naar het huis.'
'Heb je een plannetje?'
'Ja,' zei Tony, 'we bouwen een vlot.'
Vier dagen later waren ze ermee klaar. Een paar lakens dienden als zeilen en niet lang daarna waren ze weer terug en stonden ze op de boeg in Schotland.

Het tropenzonnetje scheen fel, de temperatuur was boven de dertig graden en er was geen wolkje in de lucht. Tony en Andy bevonden zich op een soort schiereiland in de top van Schotland.
‘Lijkt het nou zo of ben ik echt gek aan het worden. Waar zijn die drie idioten nou?’ merkte Tony op.
‘En ze hadden nog zo beloofd om hier op ons wachten en wat nu helemaal… AU,’ schreeuwde Andy.
‘Wat is er!’ riep Tony bezorgd.
‘Dat kreng staat onder stroom.’
Stomverbaasd keken ze naar het hek waar Andy tegen aan was gelopen. Het was vier meter hoog, bestond geheel uit gaas en scheidde het schiereiland met de rest van het continent.
Ze liepen langs het hek dat langs een weg was gebouwd, op zoek naar een doorgang.
‘Kijk daar eens!’ Tony tikte Andy op de schouders. Iets verderop stond een klein stenen gebouwtje waaruit twee draden kwamen die met het hek verbonden waren.
‘Dat moet volgens mij de elektriciteitsvoorziening zijn om dat ding onder stroom te zetten,’ zei Tony. Ze gingen er snel naartoe, maar halverwege werden ze tegengehouden.
‘Hallo, hallo, hier ben ik dan weer.’
Uit het struikgewas sprong IBtje te voorschijn. Ze droeg een groen schort, waarin een tondeuse, een kam en een paar kwasten zaten. Daaronder droeg ze een rieten rokje. Aan een riem hing een potje zwarte haarverf en in haar hand hield ze een schaar vast.
‘IBtje, wat is dit nu weer?’ vroeg Tony verbaasd.
‘Ik heb Engeland veroverd.’
‘Jij, Engeland, in je eentje. Laat me niet lachen.’
‘Had een beetje hulp. Kom maar mee.’
De beide mannen volgden IBtje.
‘Ik zie helemaal niemand, zelfs geen hond,’ zei Tony, ‘wat hebben jullie eigenlijk met de bevolking gedaan?’
‘Niets, en zolang ze maar achter dat hek blijven laten we ze met rust.’
Net toen Tony nog iets wilde vragen, kwamen ze bij een vlakte aan. De monden van de beide politici vielen open. Voor een moment waren zwijgzaam, zelfs uit het veld geslagen. Dit hadden ze niet verwacht.
‘En dit is nou mijn leger,’ zei IBtje.
Op het veld liepen tienduizenden, misschien wel honderdduizenden jonge blondines. Ze waren allemaal hetzelfde gekleed als IBtje, met dezelfde attributen en ze hadden allemaal een schaar in hun hand. De felle ochtendzon weerkaatste haar licht op de honderden spiegels die allemaal voor een eigen kappersstoel opgesteld stonden. En elke stoel had weer een wasbak met een witte handdoek op het rekje ernaast. Midden op het veld stonden drie palen. Daaraan waren de drie Schotten met touwen vastgebonden.
En achteraan stonden duizenden tenten die als slaapplaats dienden. Maar Tony had daar geen oog voor; hij keek naar zijn Schotse vrienden
‘Waarom heb je ze vastgebonden?’ vroeg hij.
‘Oh, ze waren een beetje lastig en hitsig toen we ze aanhielden, vandaar dat ze nu heropgevoed worden. Kom maar mee.’
IBtje liep naar de paal waar Haig mee verbonden was. ‘We hebben ze al een paar trucjes geleerd,’ zei ze tegen Tony. ‘Kijk maar.’
‘Zeg eens Haigje, wat staat er in het dunste boekje van de wereld?’
‘Wij willen een antwoord, wij willen een antwoord,’ schreeuwden de tienduizenden blondines.
‘Wat mannen over blondines weten,’ bracht Haig er moeizaam uit. Een enorm applaus steeg op.
IBtje liep naar Ballantine. ‘Hij is nog niet helemaal afgericht en af en toe nog een beetje lastig. Maar daar hebben we iets op gevonden.’ IBtje pakte een vol whiskyglas en hield dat vlakbij Ballantine.
‘Vertel eens, Balli. Hoe noem je een man die maar de helft van zijn hersens gebruikt?’ Ballantine hield zijn mond stijf op elkaar.
‘Dat doet ie nou de hele tijd.’ IBtje pakte het volle whiskyglas en hield dat schuin. ‘Ik doe het echt, Balli. Ik doe het echt.’
‘Nee,’ schreeuwde Ballantine, ’geen whisky morsen, daar kan ik niet tegen.’
‘Vertel ons dan eens Balli, hoe noem je dan een man die maar de helft van zijn hersens gebruikt?’
‘Getalenteerd,’ huilde Ballantine.
‘Wij zijn blond, wij zijn blond,’ schreeuwden alle blondines.
‘Stop,’ riep Tony. ‘Dit is mensonterend. Hier moet ik tegen protesteren. Waar zijn jullie in hemelsnaam meebezig?’
IBtje zette haar handen in haar zij. ‘Waar we meebezig zijn? Zie je dat dan niet? Is het je niet opgevallen dat de tolerantie in ons polariserende Engeland niet meer de verademing is die zou moeten leiden tot de beoogde sanering van het constitutionele beleid ten aanzien van het ressentiment tegen blondines. Daarbij rekening houding met het feit dat…’
‘Ho,’ riep Tony, ‘stop. In simpele taal graag. En laten we maar bij het begin beginnen. Waarom zijn jullie eigenlijk uit Engeland weggegaan?’
IBtje keek Tony kwaad aan. ‘Omdat wij het beu waren. Hoeveel jaren, decennia hebben wij, blondines, altijd jullie flauwe moppen over ons moeten aanhoren. Hoe sterft een hersencel van een blondje. Helemaal alleen. Ha, ha, ha, ha. Maar nu is het genoeg. Een vriendelijk reisbureau heeft ons hier een eiland aangeboden waar we met z’n allen kunnen leven zonder die flauwe moppen dagelijks aan te moeten horen. En nu komen jullie hier ineens zomaar uit het niets aangewaaid en willen dan ook nog eens nepblondines gaan produceren. En tot overmaat van ramp gaan jullie die ook nog eens uit brunettes maken.’ IBtje schudde onbegrijpend met haar hoofd.
‘Oké,’ zei Tony, ‘ik geef toe dat misschien af en toe een heel enkel mopje een ietsepietsie flauw was, maar dat is nog geen reden om nu Engeland met een leger binnen te vallen.’
Maar IBtje draaide zich om. Ze sprak iedereen toe.
‘Wat zijn wij,’ riep ze.
‘Wij zijn puur blond, wij zijn puur blond,’ schreeuwde iedereen.
‘Ik hoor jullie niet goed.’
‘Wij zijn puur blond, wij zijn puur blond, wij zijn puur blond,’ riep iedereen in koor.
‘En wat willen we niet!’
‘Nepblondines uit brunettes, Nepblondines uit brunettes, Nepblondines uit brunettes.’
‘Ben je dan niet een beetje te laat met deze inval,’ vroeg Tony toen het wat stiller was geworden. ‘De zon schijnt al lekker fel en over niet al te lange tijd zijn de haren van onze brunettes geblondeerd. Niemand die dan meer het verschil ziet. Althans uiterlijk.’
IBtje lachte. ‘Zo dom zijn we ook weer niet. Vanaf nu houden we regelmatig razzia’s op verschillende plaatsen in Engeland. Iedereen gaat dan mee. En dan pakken we alle brunettes op waarvan de haarkleur begint te veranderen. We brengen ze hiernaartoe, zetten ze op een stoel en verven hun haren gewoon weer donker. En dan laten we ze weer los.’
‘En wat doen jullie met ons?’ vroeg Tony.
‘We gaan een standbeeld van jullie maken. Ja, dat gaan we doen. We maken een standbeeld van jullie, maar dan wel in de gevangenis. En dan kunnen jullie er elke dag naar kijken. Ons vervangen door nepblondines, ongelofelijk. Je moet het maar verzinnen.’
IBtje knikte naar een paar dames. Even later werden Tony en Andy, geëscorteerd door acht blondines, naar de gevangenis overgebracht.


Op een dag ontsnapten Tony en Andy uit de gevangenis.
‘Laten we naar de motor gaan,’ zei Andy tegen Tony. ‘Ze houden alleen maar de boeg bezet. We varen gewoon terug naar Europa en vragen assistentie aan de Ieren.’
‘Dat gaat helaas niet,’ zei Tony. ‘Weet je het nog, het anker.’
Tony zag het nog duidelijk voor zich. Hoe Haig het anker bij de boeg had neergelaten. En nu stond de lier ook nog eens in het midden in het tentenkampement van de blondines. Eerst moest het anker omhoog, pas dan konden ze weg.
‘We gaan terug naar het kampement,’ zei Tony. ‘Kijken of we het anker kunnen lichten.’
Enige tijd later waren ze er. Vanuit het bos hadden ze goed zicht op het kampement. ‘Kijk,’ zei Andy, ‘daar staat de lier.’ Tony zag het ook. Maar hij zag ook dat deze bewaakt werd.
‘En daar is de tent van IBtje,’ zei Tony. Op haar tent stonden in het groot de letters IBtje.
Ze wachtten tot het donker was en slopen toen het kampement in. Ongezien kwamen ze in haar tent.
‘Dit is nog eens boffen.’ Tony liet Andy een map zien waarin wat papieren zaten. ‘Morgen houden ze een razzia bij Southampton.’
‘En wat hebben wij daar dan aan?’ vroeg Andy die op het bed van IBtje zat, met zijn beide handen op zijn knieën.
‘Southampton ligt toch immers vlakbij Wight.’ Tony pakte de papieren, streepte het woord Southampton door en verving het door Wight.
De slimme Andy begreep het weldoordachte plan meteen. Wight was namelijk geen gewoon eiland. Wight was de reddingsboot. Vlak voor hun vertrek verhuisde de bevolking om die reden naar het vasteland van Engeland, maar dat wisten de blondjes nog niet. Al wat ze moesten doen was Wight loskoppelen van Engeland zodra de blondines daar waren en het probleem was dan meteen opgelost.
Tony en Andy verlieten de tent en kwamen ongezien uit het kampement. Even later stonden ze weer voor het hek.
‘Hoe komen we daar over?’vroeg Andy. ‘Het staat nog steeds onder stroom.’
‘Kom meer mee,‘ zei Tony. Ze liepen naar het stenengebouwtje toe dat als elektriciteitsvoorziening dienst deed . Tony ging naar binnen en verbrak de verbinding. ‘Veilig,’ zei hij. Even later stonden ze aan de andere kant.
Een halve minuut na het vertrek van Tony en Andy kwam IBtje onder haar bed tevoorschijn. Ze keek naar wat Tony op de papieren erbij had geschreven. Ze schudde met haar hoofd. ‘Wie van ons heeft nu maar één hersencel,’ zei ze in zichzelf. Ze pakte de papieren en schreef er een extra regel bij, net onder de passage waar Tony het woord Southampton had vervangen door het woord Wight. IBtje was tevreden. Ze had haar naam eer aangedaan.


De volgende dag vroeg bevonden Tony en Andy zich in de buurt van het eiland Wight.
‘Oh, Oh,’ zei Andy. ‘Foute boel.’
Tony krabde achter zijn oor. ‘Over het hoofd gezien, die krijgen we nooit op tijd los.’
‘En als we het wel proberen, hebben ze dat meteen in de gaten en komen ze direct terug,’ zuchtte Andy.
Met een verslagen blik keken de mannen naar de vele kabels die het eiland Wight verbonden met het continent.
‘We moeten een truc verzinnen om ze wat langer op het eiland te houden,’ huilde Andy, ‘anders is ons machtige Engeland helemaal verloren.’
Tony dacht na, dacht na, dacht na, maar hij had geen idee hoe. Toen begon ook hij te huilen. De ondergang van zijn Engeland was nu definitief en onafwendbaar. Hij, Tony, zou de geschiedenis ingaan als de man die het van de blondjes had verloren. De hele wereld zou hem uitlachen. Honderdduizenden moppen, nee miljoenen, zouden over hem worden gemaakt. Over hoe dom hij eigenlijk wel was en is.
Ineens hoorde hij iets. ‘Wegwezen,’ riep hij. ‘Daar komen ze.’
Snel sprongen ze achter een boom. Op de weg kwamen de vele tienduizenden dames in looppas aangelopen, met allemaal een schaar in hun hand. Bij de kust pakten ze roeibootjes en gingen naar het eiland Wight.
Via verrekijkers volgden Tony en Andy de verrichtingen van het leger op Wight dat nu op een rechte weg liep. Vlak voor een rotonde stopte het leger. De leidster pakte de papieren uit haar tas en bestudeerde die goed. Ze zag dat er nog iets bijgeschreven stond. Ze las hardop voor. ‘Bij het einde van de rotonde rechtsaf.’
‘Tony!’ riep Andy, die heel goed kon liplezen, ‘wat slim van je.’ Snel vertaalde hij de woorden van de leidster.
Tony keek Andy verbaasd aan. ‘Nee. Ik snap er geen biet van. Ik heb er alleen maar bijgeschreven dat ze naar Wight moesten gaan en dat was alles.’
Ondertussen kwam het leger op de rotonde aan en bleef maar rondjes draaien. Daardoor hadden Tony en Andy voldoende tijd om het eiland Wight los te koppelen. Terwijl Tony de motor startte, bevrijdde Andy de drie Schotten die onmiddellijk het anker lichtten. Tony gaf gas en het eiland Wight verdween langzaam achter de horizon.
‘Wat doen we?’ vroeg Andy toen hij weer was teruggekeerd. Tony dacht na. ‘Ach, bij nader inzien denk ik toch niet dat dit de juiste methode is om aan blondines te komen. Laten we maar teruggaan. Misschien kunnen we wel ergens een paar echte inhuren. Vooral die Hollandse meiden schijnen zo mooi te zijn. Niets gaat boven zuivere puurheid, toch?’
Tony liet Engeland 180 graden draaien en ze voeren terug. Het was mistig, maar de Schotten voorop deden hun werk goed. Een toeterzatte Haig belde op en zei dat hij rechts drie tafelbergen zag liggen. Tony draaide aan het roer en Engeland dreef weer op de Atlantische Oceaan. Niet lang daarna zagen ze in de verte de toppen van de Pyreneeën.
Net toen Andy iets wilde zeggen, hoorden ze een bekende stem.
‘Hallo, hallo, hier ben ik dan weer.’
‘IBtje??’ riep Tony. ‘Wat doe jij hier?’
‘Ach, je moet weten, tussen al die dames was het ook niet altijd even leuk en ik…’
‘Ho, ho,’ interrumpeerde Tony. ‘Engeland is heel boos op je. Ik moet je gevangen zetten.’
IBtje begon te huilen. ‘Je moet weten, ik was heel eenzaam al die maanden, zelfs met al die meiden en die fotograaf wilde ook maar nooit binnenkomen en dan ook nog....'
‘Niets mee te maken,’ zei Tony. ‘Je bent Engeland met een leger binnengevallen en daarom ga je de gevangenis in.’
IBtje pakte uit haar tas een vijl. ‘Herkennen jullie dit nog?’ vroeg ze.
Tony en Andy knikten. ‘Zeker, zo’n zelfde ding zat in een taart verstopt toen we in de gevangenis zaten,’ zei Tony.
‘Ja, en wie dacht je dat die vijl erin had gestopt,’ zei IBtje. ’En dat idee van jou om het leger naar Wight te sturen was onvoldoende uitgewerkt. Wees blij dat ik nog die passage van die rotonde erbij geschreven had, anders was jullie plannetje helemaal mislukt. En nu sturen jullie mij als ook nog eens dank naar de gevangenis?’
IBtje begon hard te huilen.
‘Ho, stop,‘ riepen Tony en Andy in koor. ‘Niet huilen, daar kunnen we niet tegen.’
‘We hebben je het al vergeven,’ zei Tony op een bijna vaderlijke toon. ‘En eigenlijk heb je Engeland ook een beetje gered, zullen we maar zeggen.’
‘Zeg IBtje,’ vroeg Andy, ‘wat ga je doen als we terug zijn?’
PIEP, PIEP.
Tony keek op het radarscherm. Hij zag een vlekje. De kordate Tony pakte zijn microfoon.
‘Wil je je koers 15 graden verleggen, we zitten op ramkoers.’
‘Doe het zelf.’
‘Ik ben Tony, de baas van Engeland. Verander je koers nu.’
‘Ik heb een stijve poot.’
‘Ik heb meer massa dan jij. Ik vaar zo met Engeland over je heen.’
‘En ik heb ook nog een speciaal soort bolhoed op.’
‘Wat wil je daarmee zeggen?’
‘Dat ik een vuurtoren ben op het vasteland van Frankrijk.’
Tony corrigeerde tijdig. Even later ging de telefoon weer. Het was een van de Schotten.
‘Nog een kleine kilometer, zeggen ze,’ zei Tony, ‘en dan zijn we weer terug.’
‘IBtje, ik vroeg je zojuist wat je gaat doen als we weer terug zijn?’ vroeg Andy nog een keer.
‘Ik ga met een succesvolle man trouwen.’
‘Zo, dat is nog al wat. En wat versta je precies onder succesvol?’
‘Hij moet in ieder geval meer geld verdienen dan ik kan uitgeven.’
Tony schudde met zijn hoofd. ‘Van dat soort mannen hebben we er maar heel weinig hoor en de concurrentie is moordend.’
‘Concurrentie, van wie dan?’ vroeg ze terwijl ze met haar handen door haar blonde haren wreef. ‘Ik heb ze toch net allemaal achtergelaten op dat eiland en aangezien de huidige ligplaats op geen enkele kaart staat, heb ik ook helemaal niets meer van ze te vrezen en ben ik de enige blondine in heel Engeland.’
‘Je wilt toch niet zeggen dat….’ Hij stopte met spreken en keek IBtje aan. Die haalde uit haar tas een reisfolder en toonde hem aan de beide politici.
‘Ja,’ zei Tony. ‘Dat reisbureau ken ik. Daar heb ik deze reis bij geboekt.’
IBtje draaide de folder om. Op de achterkant stond de foto van de eigenaresse. ‘Heb je haar wel eens ontmoet?’
‘Nee, ik heb haar alleen maar telefonisch gesproken. Maar die foto heb ik wel eens eerder onder ogen gehad. Ik moet toegeven, het is verreweg de mooiste brunette die ik ooit heb gezien.’
‘Dank je wel,’ antwoordde IBtje, ‘deze foto is ongeveer een jaar geleden van mij genomen.’
Ze stopte de folder weer in haar tas en ging tussen de beide mannen instaan. Ze legde haar handen op hun schouders en zo voeren ze met z’n drieën de laatste meters.
En toen was Engeland weer terug van weggeweest.

En wilt u weten wat er met het eiland Wight is gebeurd?
Geen flauw idee, het is nooit meer teruggevonden.

Hoofdpagina Naar boven